Verkleinen Vergroten  
 
  start » verleden van de polders » artikel  
 

Verleden van de polders

zoeken:
 
     
 

 •  Welkom

 •  Nieuws

 •  De EGD&P?

 •  Ontdek het erfgoed

 •  Steun ons!

 •  Contact

 •  Veelgestelde vragen

 English page

 

De Slag van Doel (1832)

Geplaatst door EGDP op 08-03-2011

In 1835 komt de Franse schilder Theodore Gudin naar Doel en maakt dit schilderij. Het beeldt de Slag van Doel uit die plaatsvond in 1832. Dit schilderij werd bestelt door toenmalig koning van Frankrijk, Louis Philippe. Het originele werk hangt in het paleis van Versailles (Musée National des châteaux de Versailles et de Trianon, aile nord des ministres). Een copij hiervan hing vroeger in het gemeentehuis van Doel.

Op 30 november 1832 rukt een Frans regiment voetvolk onder bevel van majoor Baudisson binnen in Doel. Op de Schelde voor Doel ligt een dreigende sterke Hollandse vloot voor anker. Dit verontrust de bevolking van de gemeente.

Op 6 december, tijdens het beleg van Antwerpen, worden vanaf een Hollandse kanonneerboot de huizen van het dorp beschoten. De Hollandse vloot wordt versterkt tot drie fregatten, drie stoomboten en 15 kanonneerboten. Met deze laatste varen de mariniers over de ondergelopen polder van Kleine-Doel en schieten de huizen van het Geslecht in brand en nemen vandaar ook de windmolen onder vuur. Tijdens de beschietingen wordt de kerktoren geraakt door twee kogels van 36 pond, en wordt daardoor totaal vernield. Er worden vele huizen beschadigd waaronder ook het Camermanhuis dat getroffen wordt door twee kanonskogels van elk 18 pond. De twee kogels werden ter herinnering aan deze historische gebeurtenis in de zijmuur gemetseld, waar ze tot de afbraak van het Camermanhuis in 2009 nog steeds zaten.

De meeste bewoners van Doel zijn ondertussen gevlucht, doch niet Jan Cornelius Camerman (geboren te Doel op 5 juni 1795), toenmalig gemeentesecretaris, samen met enkele moedigen die hun huizen niet willen verlaten. Op 22 december gaan de Hollandse stoomboten troepen halen in Bath en op 23 december landen 1500 Hollanders in Liefkenshoek om de Fransen aan te vallen, die achter de Verkortingsdijk gestationeerd zijn. Bij het zien van de landing op 23 december 1832 rond 9 uur, rijdt secretaris Camerman te paard naar Kolonel de Ravy te Kieldrecht om het Franse garnizoen te verwittigen en om hulp te vragen. Onmiddellijk worden er kanonnen vanuit Kallo overgebracht naar Doel.

De Hollanders hebben kleine mortieren op de voorplecht van twee landingsboten geplaatst en roeien naar de vijand. Daarbij vormen ze een goed en kwetsbaar mikpunt voor de Fransen die achter de dijk gestationeerd zijn. Een hevig vuur wordt van beide kanten geopend en de twee Hollandse aanvoerders adjudant-majoor Menso en kapitein Paraficini sneuvelen. De twee landingsboten trekken zich terug tot op het fort van Liefkenshoek. De Fransen slagen erin de Hollanders te verdrijven eer de hulp uit Kieldrecht toekwam. De gesneuvelde Fransen worden ter plaatse begraven. De volksmond noemt de dijk, waar het gevecht plaatsvond, nog steeds ‘de Franse Dijk’.

Op 26 december 1832 geeft generaal Chassé zich over aan de Fransen te Antwerpen samen met zijn Hollandse vestingtroepen. Baron Chassé kreeg de toelating om met zijn 2300 soldaten naar Holland terug te keren als hij de forten van Lillo en Liefkenshoek overgaf aan de Fransen. Hij weigerde dit en verkoos krijgsgevangenschap te St.-Omaars.

De Belgische koning Leopold I kwam op 8 mei 1833 naar Doel en liet zich ter plaatse inlichten over de Slag bij Doel en beloofde: “Vous ne serez pas inondés Messieurs”. Voor de bewezen diensten ontving secretaris Camerman van het Franse leger twee Sevres siervazen. Ook aan het Belgische leger bewijst Camerman grote diensten en Kolonel Petithan drukt dan ook in 1834 zijn grote erkentelijkheid uit. De Franse regering benoemde Camerman in 1856 tot Ridder in de Orde van het keizerlijk Ere-legioen. Van Belgische zijde werden ook zijn diensten erkend en werd hij Ridder in de Leopoldsorde.

Later wordt J.C. Camerman burgemeester van Doel en Dijkgraaf van Doelpolder en Arenberg, ter vervanging van Louis Goossens. Hij blijft dit ambt vervullen tot aan zijn overlijden op 25 augustus 1872. Tot in 1839 bleef nog een stukje van Doel door een besluit van Koning Willem van Holland onder de jurisdictie van het arrondissement Goes. In dat jaar werden de forten Lillo en Liefkenshoek door de Hollanders verlaten.

(Bron: Richard De Nul)

aanraden :: reacties 0

 

 

 
         
ontwerp & ontwikkeling: www.stipdc.com